Koffieverbod

Wist je dat de eerste Zusters van Liefde geen koffie mochten drinken? Dit verbod was zelfs uitdrukkelijk opgenomen in hun eerste kloosterregel. Zo lezen we in artikel 76  van de regel uit 1816 dat “Den koffi” – net als “sterke dranken of liqueuren” – verboden was, tenzij met uitzonderlijke toestemming van moeder-overste of de behandelende geneesheer.

Regel_76

 Het verbod hing samen met het feit dat koffie in de eerste helft van de 19de eeuw een schaars en duur product was. Onder meer door de Napoleontische oorlogen.

Opheffing verbod in 1854

Doordat de prijs de komende jaren zakte en koffie in onze streken een courante drank werd, werd het koffieverbod voor de zusters in 1854 opgeheven. Deze gunst werd de zusters verleend door de Gentse bisschop die op zijn beurt toestemming had gekregen van de paus in Rome.

Vanaf dan kregen de zusters koffie bij het ontbijt en het vieruurtje. Voor elke eerste slok moesten ze wel een Ave Maria prevelen.

Wijziging_koffie_in_1854
Aanpassing van artikel 76 in de kloosterregel in 1854

De kwaliteit van de kloosterkoffie was bedenkelijk. Onder elkaar spraken de zusters van “jus de chaussette” of slootwater.

Middagkoffie bij speciale gelegenheden

Vanaf 1854 kregen de zusters dus koffie in de ochtend en in de namiddag, maar niet na het middagmaal.  Deze koffie kregen de zusters enkel bij speciale gelegenheden zoals een religieuze feestdag of het bezoek van moeder-overste.

Hieronder een overzicht van de dagen waarop deze middagkoffie mocht geschonken worden in 1934. Dit lijstje werd jaarlijks vanuit het Gentse moederhuis aan alle kloosterhuizen bezorgd.

Koffie