De lange weg naar doofbewustzijn

Wist jij dat Vlaanderen naast Nederlands nog een tweede erkende taal heeft? In 2006 werd Vlaamse Gebarentaal (VGT) erkend als volwaardige taal van de Vlaamse Dovengemeenschap. VGT is de moedertaal van zo’n 6.000 landgenoten. Daarenboven beheersen zo’n 7.000 Vlamingen VGT als tweede taal.

Dit was lang geen evidentie. Want gebarentaal werd decennialang onderdrukt. Horende pedagogen vonden dat dove kinderen moesten leren spreken en liplezen. Gebaren waren in de meeste dovenscholen verboden, zelfs op de speelplaats.

Eerste dovenschool

De eerste dovenschool in Vlaanderen werd in 1820 opgericht in het moederklooster van de Zusters van Liefde van Jezus en Maria in de Gentse Molenaarsstraat.

Pentekening van Jean-Baptiste Joseph Wynantz met zicht op het Gentse klooster van de Zusters van Liefde, 1820-1823 (Archief Gent)

Om de school in goede banen te leiden trok de jonge kandidaat-zuster Theresia Verhulst in 1819 negen maanden naar Parijs om daar de gebarentaalmethode van priester Charles-Michel De l’Epée te leren. Na haar terugkeer werd ze de eerste directrice van de school tot aan haar dood in 1854.

Zielenheil

Het is geen toeval dat de pioniers van het dovenonderwijs in ons land religieuzen waren. Zij waren heel bezorgd om het zielenheil van hun dove medemens. Door gebrekkige communicatie bleven de meeste doven verstoken van christelijk onderricht en waren ze – althans in religieuze ogen  – voor eeuwig verdoemd in het hiernamaals.

Omdat godsdienstonderricht in de eerste dovenscholen zo’n belangrijke plaats innam, ontstonden er al snel specifieke publicaties en didactische hulpmiddelen voor leerkrachten van dovenscholen. In dit handgeschreven instructieboek voor onderwijzers vond  de godsdienstleerkracht de nodige tips om het Bijbelverhaal van Kaïn en Abel uit te leggen aan dove leerlingen.

Historisch en Figuratief Instructieboek voor Doven en Stommen, 1793 (Erfgoedhuis l Zusters van Liefde)

Franse gebaren

In de eerste helft van de 19de eeuw gebruikte het dovenonderwijs gebarentaal. Het ging wel om Franse gebarentaal, ook al kwamen de meeste leerlingen uit Vlaamse families. De Belgische samenleving was in die periode heel Franstalig en de meeste dovenleerkrachten trokken in het voetspoor van zuster Theresia naar Parijs om zich de gebarentaalmethode eigen te maken.

Gebarentaal was de meeste religieuzen niet vreemd. Veel kloosterlingen moesten immers leven in stilzwijgendheid en maakten gebruik van gebaren om met elkaar te communiceren, bijvoorbeeld in de refter.

De Franse gebarenmethode was een combinatie van gebaren, schrijven en vingerspelling. Naast spontane gebaren die doven onder elkaar gebruikten, voegde de Franse methode ook kunstmatige gebaren toe die nauw aansloten bij het gesproken Frans.

Handboek Franse gebarentaal van Louis-Martin Lambert. Parijs, 1858 (Erfgoedhuis l Zusters van Liefde)

Naar Nederlands

In de tweede helft van de 19de  eeuw schakelden de meeste dovenscholen in Vlaanderen over op het Nederlands als onderwijstaal. Want waarom zoveel moeite doen om dove leerlingen Frans te leren als de meesten van hen in een Nederlandstalige thuisomgeving woonden en later ook zouden werken.

Triomf van het spreken

Onder invloed van internationale tendensen werd gebarentaal op het einde van de 19de eeuw in ons land meer en meer verdrongen door de orale methode uit Duitsland. Deze methode streefde naar de ‘ontstomming’ van doven. Horende pedagogen dachten dat leren spreken en liplezen immers de beste manier was voor doven om te integreren in de samenleving.

Op een internationaal congres in 1880 over dovenonderwijs in Milaan stemden 159 van de 164 deelnemers voor spraakonderwijs. In de jaren na het congres schakelden bijna alle Europese dovenscholen over op de zuivere orale methode en werd gebarentaal verbannen. Als gevolg verloren dove leerkrachten massaal hun job.

Ook de Gentse Zusters van Liefde stapten in 1881 van de ene dag op de andere over op spraakmethode. Dit creëerde de absurde toestand dat er enerzijds nog oudere kinderen waren die gebaren gebruikten (de “Gebaarders”) en anderzijds nieuwe leerlingen die dit net niet meer mochten (de “Klappers”). Beide groepen mochten niet met elkaar in contact komen. Ze hadden les in verschillende lokalen, sliepen in aparte zalen en speelden op andere momenten. Er waren zelfs twee verschillende wegen om naar de mis te gaan.

Spraakoefeningen in de dovenschool van de Zusters van Liefde in Gent. De leerlingen konden in een spiegel zien hoe de zuster-onderwijzeres een woord of klank uitsprak.
Door hun hand op de keel van de zuster of bij zichzelf te leggen, voelden de leerlingen ook de trilling van de klanken.

Stimuleren restgehoor

In de loop van de 20ste eeuw ontstonden ook technieken om het eventuele restgehoor van doven te stimuleren: radio’s, versterkers, koptelefoons, … . Later kwamen er gehoorapparaten en recenter cochleaire implantaten. De kinderen op de foto hieronder dragen een ontvanger op hun borst waaraan een koptelefoon vastzit. De leerkracht had een microfoon vast.

Kinderen van de Gentse dovenschool met een ontvanger, 1972 (Erfgoedhuis l Zusters van Liefde)

Weerwerk

Dove mensen kregen lange tijd niet de kans om deel te nemen aan de discussies over het dovenonderwijs. (Horende) pedagogen en schoolbestuurders domineerden het debat. Daarom groepeerden doven zich vanaf het begin van de 20ste eeuw in eigen belangenverenigingen die streefden naar eerherstel van de gebarentaal, volwaardige opleidingen en meer jobkansen.

Het duurde echter nog tot het einde van de jaren 1970 vooraleer de dovengemeenschap als een volwaardige gesprekspartner werd gezien. In 1979 was Sint-Gregorius, de dovenschool van de Broeders van Liefde in Zwijnaarde de  eerste om opnieuw gebarentaal op te nemen in het lescurriculum. Sindsdien kwam er – 100 jaar na de afschaffing – geleidelijk terug meer ruimte voor gebarentaal in het dovenonderwijs.

Erkenning

In 2006 was het eindelijk zover: Vlaamse Gebarentaal werd door het Vlaams Parlement erkend! Tientallen gebarentaligen woonden de stemming bij en gaven na afloop een enthousiast gebarenapplaus.

Vlaamse Gebarentaal is niet zomaar een vertaalde vorm van het Nederlands. De taal heeft een eigen geschiedenis, grammatica en lexicon.

Doofbewust

Vandaag heeft de Vlaamse dovengemeenschap het label ‘doofstom’ van zich afgegooid en is zij uitgegroeid tot een ‘doofbewuste’ gemeenschap die fier is op haar taal en cultuur. Zij benadrukt de talige en culturele eigenheid van dove gebarentaligen en bekijkt doof-zijn in de eerste plaats niet als een handicap of medisch defect, maar als een manier van in de wereld zijn, net zoals etniciteit en geslacht.

Meer weten?